De gevolgen kunnen verstrekkend zijn

Hoge myopie (sterke bijziendheid, minimaal -6) verhoogt de kans op een oogziekte op latere leeftijd. De groei van het oog vindt plaats in de jeugd, maar de echte problemen ontstaan meestal pas op latere leeftijd. Complicaties komen vooral voor bij mensen met een brilsterkte van -6 of meer of met een as- (oogbol) lengte van 26 mm of meer (in plaats van de normale 23 mm). Het is zeker niet zo dat iedereen met hoge myopie slechtziend wordt, maar het is goed kennis te hebben van mogelijke complicaties. Daarnaast zijn er wel mogelijkheden de as-lengte groei te remmen. Let wel dat dit doorgaans niet op jonge leeftijd voorkomt en op jonge leeftijd is niet te voorspellen óf er complicaties op zullen treden op latere leeftijd. Wel weten we dat de kans op complicaties groter wordt naarmate de minsterkte erger is.

Mogelijke Complicaties

Bijziend en maculadegeneratie
Als de oogbol te lang is gegroeid, kan het netvlies dunner worden en de gele vlek (macula) van het netvlies kan weefsel verliezen. Dit is myope maculadegeneratie, niet te verwarren met leeftijdsgebonden maculadegeneratie.
Bijziend en glaucoom
Een andere oogziekte waarop het risico verhoogd wordt door sterke bijziendheid is glaucoom, een ziekte waarbij de zenuwvezels die naar de oogzenuw lopen verloren gaan.
Bijziend en netvliesloslating
Door het (te) lang doorgroeien van de oogbol wordt het netvlies dunner en dit kan problemen geven. Deze laag aan de binnenkant van het oog kan loslaten of scheuren. Netvliesloslatingen kunnen operatief behandeld worden, mits dit snel gebeurt. Dus snelle actie bij deze klachten is cruciaal.
Bijziend en bloedingen
Ook kan er een bloeding ontstaan in de gele vlek (macula). Dan treedt plotseling slecht zicht op en is er vaak vervorming van het beeld. De bloeding kan goed behandeld worden met injecties in het oog. Neem bij plotselinge veranderingen van het zicht altijd contact op met de huisarts.
Bijziend en staar
De minst ernstige complicatie die bij hoge bijziendheid op kan treden is staar (cataract). Deze treedt vaak op veel jongere leeftijd op dan de normale ouderdom staar. De oogarts kan dit meestal goed verhelpen door het verrichten van een staaroperatie. Het is dan nog wel vaak een uitdaging voor de oogarts om de juiste sterkte en de grootte van de kunstlens te bepalen.