Al deze beroepen houden zich bezig met oogzorg. Maar wie doet nu eigenlijk wat?

Optometrist
Wanneer je klachten van het zien signaleert, vermoeide, jeukende of geïrriteerde ogen hebt of wanneer oogaandoeningen, zoals glaucoom, in de familie voorkomen, dan kun je terecht bij een optometrist. Een optometrist is expert op het gebied van vroegtijdige opsporing van oogafwijkingen en ziekten. Om hun beroep uit te kunnen oefenen, hebben optometristen een vierjarige HBO-opleiding gevolgd. Je vindt een optometrist vaak dichtbij huis. Zo hebben steeds meer optiekzaken een optometrist in dienst. Sommige optometristen werken vanuit een eigen praktijk. Ook werken er optometristen in ziekenhuizen en oogbehandelcentra. Na het uitgebreide onderzoek van de ogen zal de optometrist je informeren over de uitkomsten en je op basis daarvan adviezen geven. Zo kan hij of zij je adviseren een bril of lenzen te gaan dragen. Of leefstijladviezen geven. Ook kan een optometrist je doorverwijzen, bijvoorbeeld naar huisarts, orthoptist of oogarts.

Orthoptist
Orthoptie komt uit het Grieks. Het is een samentrekking van het woord orthos (= recht) en van het werkwoord opsis (= zien). Orthoptie is de leer van het recht zien. Het beroep van orthoptist is in Nederland tamelijk onbekend, terwijl veel mensen die op jonge leeftijd een bril dragen door een orthoptist zijn behandeld. Een orthoptist is gespecialiseerd in het onderzoek van het gezichtsvermogen van kinderen tot ongeveer 12 jaar. Ook volwassenen kunnen bij een orthoptist komen, omdat deze beroepsbeoefenaar naast het onderzoek van kinderogen gespecialiseerd is in scheelzien, dubbelzien en een lui oog. Daarnaast houdt een orthoptist zich bezig met neurologische oogklachten, bijvoorbeeld na een herseninfarct, en hoofdpijn en leesproblemen die worden veroorzaakt door de samenwerking van de ogen. Sommige orthoptisten hebben een eigen praktijk, de meeste werken in een oogkliniek of op een afdeling Oogheelkunde in een ziekenhuis. Orthoptisten hebben een 4 jarige HBO-opleiding gevolgd aan de Hogeschool van Utrecht.

Oogarts
Oogartsen hebben geneeskunde gestudeerd aan een universiteit en zich daarna gespecialiseerd in de medische en chirurgische oogheelkunde. Mensen met oogaandoeningen als staar, netvliesloslating, maculadegeneratie, diabetische retinopathie, glaucoom of een oogtumor worden gecontroleerd en behandeld door een oogarts. Ook controleert de oogarts mensen bij wie een erfelijke oogaandoening in de familie voorkomt. Sommige ziekten behandelt een oogarts met oogdruppels of met speciale injecties. Bij andere aandoeningen, zoals een netvliesloslating of staar, is een operatie nodig die de oogarts uitvoert. Vrijwel alle oogartsen werken in een algemeen ziekenhuis of een behandelcentrum voor oogziekten. Voor een specifieke, meer zeldzame aandoening, wordt je doorverwezen naar een academisch of topklinisch ziekenhuis. In veel ziekenhuizen is er een oogarts die zich heeft gespecialiseerd in de behandeling van kinderen met een oogaandoening. Zij werken nauw samen met orthoptisten. Je hebt voor een eerste bezoek aan een oogarts een verwijzing nodig. Naast patiëntenzorg richten oogartsen zich ook op wetenschappelijk onderzoek.

Opticien
In bijna elke winkelstraat in ons land vind je wel een winkel waar brillen en contactlenzen worden verkocht. Helaas werken niet in alle winkels mensen die betrouwbare oogmetingen kunnen doen én deskundig advies kunnen geven. Voor je eigen ooggezondheid is het belangrijk dat je voor contactlenzen of een bril wendt tot een deskundige. Informeer altijd of degene die je onderzoekt en adviseert ook de juiste opleiding tot opticien en/of contactlens specialist heeft gevolgd. Een goed opgeleide opticien kan de sterkte van je ogen vaststellen, je adviseren bij de keuze voor een brilmontuur en je bril gebruiksklaar maken. Daarnaast kan deze professional bepalen of verder onderzoek nodig is. Dan komt bijvoorbeeld een optometrist, orthoptist of oogarts in beeld. Ook voor het kopen van een leesbril is het verstandig naar een gediplomeerd opticien te gaan. Hij of zij heeft immers de kennis én de apparatuur om te zien wat nodig is. Soms is er namelijk iets anders aan de hand.

Dit artikel komt uit het blad Zien, een gezamenlijke uitgave van het Oogfonds en de oogpatiëntenverenigingen.